Gemeentelijke schraapzucht –2–

frederiks
K. Frederiks, de topambtenaar die bijna de hele oorlog in zijn eentje de klassieke rijksoverheid was

Double billing, zo noemen Amerikaanse advocaten het. In Nederland snoeven consultants op de vrijmibo over ‘schrijven met een vork’. De gemeente Amsterdam had er geen aparte woorden voor maar deed het ook: in de oorlog werden de kosten voor de Jodengetto’s meerdere keren in rekening gebracht. In hoofdstuk 11 van Asterdorp staat het uitgebreid beschreven, en wordt ook gepoogd te verklaren hoe het mogelijk is dat de Amsterdamse ambtenaren zo amoreel handelden.

Hoe zat het ook alweer? In Asterdorp en de Transvaalbuurt bracht de Gemeentelijke Woningdienst de Joden die verplicht werden daar te gaan wonen, de commerciële huur in rekening. Voor Asterdorp waren de extra huurinkomsten  Lees verder Gemeentelijke schraapzucht –2–

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

Gemeentelijke schraapzucht –1–

laings nekstraatna de oorlog
Gemeentewoningen Laing’s Nekstraat (oorspronkelijk van de Joodse bouwstichting Handwerkers Vriendenkring), direct na de oorlog. Uit de lege woningen is in de hongerwinter al het hout gesloopt (foto: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam)

In hoofdstuk 11 van Asterdorp staat het kort samengevat: huren van veel gemeentewoningen in de Transvaalbuurt werden eind 1942 door de Woningdienst met circa 25% verhoogd zodra Joden er op last van de Duitse bezetter moesten wonen. De Asterdorpvariant noemde ik dit omdat de Woningdienst dezelfde truc eerder had toegepast bij de 132 huisjes van Asterdorp. Die truc had als doel de jaarlijkse financiële bijdrage van het rijk te kunnen blijven innen. Het rijk had namelijk het land aan scheefwonen en met zo’n hogere huur zou dat zich niet meer voordoen. Maar in hoeveel van de 1800 gemeentewoningen in de Transvaalbuurt moesten Joden daadwerkelijk zo’n extra hoge huur betalen?  Lees verder Gemeentelijke schraapzucht –1–

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

De trap van de President Brandstraat 40

trappenhuisDe Transvaalbuurt van Amsterdam was van de zomer van 1942 tot het najaar van 1943 een Joods getto: alle leegkomende woningen werden verhuurd aan Joden die de bezetter had aangewezen. Maar er woonden van oudsher ook niet-Joden in de buurt. Cor Eerdhuijzen bijvoorbeeld. In 1931 huurde Eerdhuijzen, toen 32 jaar oud en net getrouwd, van de Woningdienst de derde verdieping van de President Brandstraat 40. Een mooie nieuwbouwwoning in een uitbreidingswijk, Cor zal er gelukkig mee zijn geweest. De trap deelde hij met twee andere jonge stellen. Op één hoog woonde Lees verder De trap van de President Brandstraat 40

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

Het vergeten gebaar

getto kopie

 

Op bevrijdingsdag ging in het Amsterdamse Filminstituut Eye de documentaire ‘Het vergeten getto’ van Saskia van den Heuvel in première. De documentaire verbeeldt sereen het verhaal van het getto via de vertellingen van overlevenden. De aanwezigheid van enkele overlevenden in de zaal (ik zag Barbara Meeter, ik sprak nog even met Loes Fransman, zag de zoon van Simon Waterman en daar was ook de broze Meijer Keizer, overgevlogen uit Israël) gaf de voorstelling Lees verder Het vergeten gebaar

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

‘Mister Amsterdam’

mijksenaar
Mr. P.J. Mijksenaar (rond 1960)

Zo werd hij door zijn Amerikaanse vrienden genoemd. Na de oorlog presenteerde mr. P.J. (Pieter) Mijksenaar (hoofd van de afdeling Pers, Propaganda en Vreemdelingenverkeer) Amsterdam wereldwijd als een moderne en aantrekkelijke stad. Hij was bescheiden en aimabel, sympathiek en populair. Geen vijand te bekennen. Bij zijn pensionering in 1966 pakte Amsterdam flink uit: met een Rolls Royce werd hij naar het RAI-Congrescentrum gereden waar 1500 mensen zijn afscheid bijwoonden. Guus Oster trad op, Opland had een speciale tekening voor hem gemaakt, Alexander Pola had een tekst geschreven, toutes Amsterdam zwaaide mister Amsterdam uit. Jaren later werd in het stadhuis een zaal naar hem genoemd. Lees verder ‘Mister Amsterdam’

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

Scheefwonen in het getto? Asterdorp

Brief 19 maart 1942
Brief 19 maart 1942

 

… of niet. En in dat geval zou de gemeente het jaarlijkse rijksvoorschot van 4.800 gulden mis kunnen lopen. Daarover maakte J. Flipse, directeur van de Gemeentelijke Woningdienst, zich zorgen. Bovenstaand fragment is afkomstig uit een brief die hij op 19 maart 1942 schreef aan zijn wethouder.  

Op 9 mei 1942 (onderste brief) was de oplossing voor dit dilemma gevonden: de huren werden flink verhoogd (plus 25%) waardoor de kans op scheefwonen verwaarloosbaar klein was geworden. De Duitsers (bij monde van Wörlein, de rechterhand van Aus der Fünten) maakte het niet uit. Als de Joodse gezinnen die zij aanwezen maar direct werden geconcentreerd in Asterdorp en korte tijd later in de veel grotere Transvaalbuurt. Lees meer hierover in Asterdorp, hoofdstuk 11.

Brief Flipse, 9 mei 1942
Brief Flipse, 9 mei 1942
Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

Scheefwonen in het getto? Transvaalbuurt

Brief Flipse, 5 september 1942
Brief Flipse, 5 september 1942

Toen in opdracht van de Duitsers in de Transvaalbuurt Joodse gezinnen moesten worden geplaatst die misschien teveel verdienden, dreigde Amsterdam ook hier de subsidie van het Rijk te verspelen. Net als eerder voor Asterdorp, meldde Flipse zijn zorgen hierover aan de wethouder (bovenste brief).

Op 29 september 1942 (onderste brief) meldde hij dat de dreiging was afgewend: de huren in de Transvaalbuurt werden voor de meeste Joden verhoogd naar een marktconform niveau. Lees meer hierover in Asterdorp, hoofdstuk 11.

Brief Flipse, 29 september 1942
Brief Flipse, 29 september 1942
Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook