Arthur Rikkert

rikkert1957
Arthur Rikkert in 1957

Na Arie Keppler is Arthur Rikkert de meest betekenisvolle ambtenaar die de Gemeentelijke Woningdienst, inclusief de naoorlogse opvolgers, heeft gekend. Bij de oprichting van de Woningdienst in 1915 hoorde hij bij het selecte clubje getrouwen dat Keppler meenam van de Dienst Bouw- en Woningtoezicht. Rikkert was 24 jaar oud en toen al onovertroffen als cijferaar/statisticus. Zijn berekeningen lagen ten grondslag aan de enorme vooroorlogse woningbouwproductie. In de oorlog trok hij direct Lees verder Arthur Rikkert

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

Gemeentelijke schraapzucht –2–

frederiks
K. Frederiks, de topambtenaar die bijna de hele oorlog in zijn eentje de klassieke rijksoverheid was

Double billing, zo noemen Amerikaanse advocaten het. In Nederland snoeven consultants op de vrijmibo over ‘schrijven met een vork’. De gemeente Amsterdam had er geen aparte woorden voor maar deed het ook: in de oorlog werden de kosten voor de Jodengetto’s meerdere keren in rekening gebracht. In hoofdstuk 11 van Asterdorp staat het uitgebreid beschreven, en wordt ook gepoogd te verklaren hoe het mogelijk is dat de Amsterdamse ambtenaren zo amoreel handelden.

Hoe zat het ook alweer? In Asterdorp en de Transvaalbuurt bracht de Gemeentelijke Woningdienst de Joden die verplicht werden daar te gaan wonen, de commerciële huur in rekening. Voor Asterdorp waren de extra huurinkomsten  Lees verder Gemeentelijke schraapzucht –2–

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

Tussen de Joden aan het Javaplein

berlageblokken
Gemeentewoningen bij het Javaplein, eind jaren dertig: ‘bijna uitsluitend bewoond door Joodsche gezinnen…’

Voor elke nieuwe huurder van een sociale huurwoning is apart toestemming van de minister nodig, dat was de afspraak in de jaren dertig (lees meer hierover in Asterdorp, hoofdstuk 9). Soms liep dat spaak. Dan liep de administratie achter op de werkelijkheid. Of ontstond er een discussie tussen Woningdienst en ministerie. Bij het gezin Ter Bruggen was dat allebei aan de hand. Lees verder Tussen de Joden aan het Javaplein

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

Scheefwonen in het getto? Asterdorp

Brief 19 maart 1942
Brief 19 maart 1942

 

… of niet. En in dat geval zou de gemeente het jaarlijkse rijksvoorschot van 4.800 gulden mis kunnen lopen. Daarover maakte J. Flipse, directeur van de Gemeentelijke Woningdienst, zich zorgen. Bovenstaand fragment is afkomstig uit een brief die hij op 19 maart 1942 schreef aan zijn wethouder.  

Op 9 mei 1942 (onderste brief) was de oplossing voor dit dilemma gevonden: de huren werden flink verhoogd (plus 25%) waardoor de kans op scheefwonen verwaarloosbaar klein was geworden. De Duitsers (bij monde van Wörlein, de rechterhand van Aus der Fünten) maakte het niet uit. Als de Joodse gezinnen die zij aanwezen maar direct werden geconcentreerd in Asterdorp en korte tijd later in de veel grotere Transvaalbuurt. Lees meer hierover in Asterdorp, hoofdstuk 11.

Brief Flipse, 9 mei 1942
Brief Flipse, 9 mei 1942
Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

Scheefwonen in het getto? Transvaalbuurt

Brief Flipse, 5 september 1942
Brief Flipse, 5 september 1942

Toen in opdracht van de Duitsers in de Transvaalbuurt Joodse gezinnen moesten worden geplaatst die misschien teveel verdienden, dreigde Amsterdam ook hier de subsidie van het Rijk te verspelen. Net als eerder voor Asterdorp, meldde Flipse zijn zorgen hierover aan de wethouder (bovenste brief).

Op 29 september 1942 (onderste brief) meldde hij dat de dreiging was afgewend: de huren in de Transvaalbuurt werden voor de meeste Joden verhoogd naar een marktconform niveau. Lees meer hierover in Asterdorp, hoofdstuk 11.

Brief Flipse, 29 september 1942
Brief Flipse, 29 september 1942
Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

Flipse, de regels en de baas

flipse 1950
ir. J.L. Flipse in 1950 (foto Stadsarchief)

Ingenieur Jan Leendert Flipse, de opvolger van Arie Keppler als directeur van de Gemeentelijke Woningdienst, was alles wat Keppler niet was: gezagsgetrouw, braaf, bang. In de oorlog, met een NSB’er als wethouder, probeerde Flipse twee heren te dienen. De eerste heer was de wet, die vertaald en vertakt als een regelstelsel het verhuren van gemeentewoningen tot in minuscule details regelde. De tweede heer was de baas, in dit geval dus een wethouder van besmette huize. Als die twee heren met elkaar in botsing kwamen, liet Flipse de regels varen.

In het voorjaar van 1942 wilde H.L.G Ouwerkerk, districtsleider van de NSB, dat functionarissen van de NSB met voorrang een gemeentewoning in Amsterdam-Noord kregen. Dat leek zijn wethouder C. Neiszen een goed idee en Flipse Lees verder Flipse, de regels en de baas

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook