Extra noten, bronvermeldingen en toelichtingen

Om het boek overzichtelijk te houden staan in Asterdorp lang niet alle bronnen vermeld. In het gelijknamige proefschrift wel. Hieronder staan de ontbrekende  noten uit het proefschrift, gekoppeld aan de paginanummers van het boek. Het betreft vooral bronvermeldingen maar er staan ook verklaringen en toelichtingen tussen.

Inleiding 

pag. 11‘WelEdelengeleerden en gestrengenden …. zoudt behandelen’, Stadsarchief Amsterdam, 5293, dossier 136 sw. Dit dossier bevindt zich in het niet geïnventariseerde deel van het archief van de Gemeentelijke Woningdienst.

pag. 13 – ‘In de week van 9-14 Februari … der huur te voldoen’, Idem.  Lees verder Extra noten, bronvermeldingen en toelichtingen

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

Prof. Mr. B. H. P. en Mej. M. Piel

portret pekelharing

 

Ik ben benieuwd of het portret dat Haverman maakte van Pekelharing nog altijd in ‘een der gebouwen’ van de TH in Delft hangt. Lees meer over de activiteiten van professor Pekelharing en de rol van huishoudster Piel in hoofdstuk 1 ‘Het klasje van Peek’.

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

Nico Swaager

9a268586-0a51-01c0-82df-34f4e8b120a7
Asterdorp 1928, foto Nico Swaager

De foto op de omslag van het boek is gemaakt door Nico Swaager. Net als de foto’s in het boek van de straatjes, de melkboer en de poort, allemaal van de hand van Nico Swaager. Duizenden foto’s zijn er van Nico Swaager (kijk maar op www.beeldbank.amsterdam.nl) maar nooit staat hij erop. Nico Swaager (1910-1983) is van voor de selfie. Midden in de jaren twintig van de vorige eeuw solliciteerde hij bij de Gemeentelijke Woningdienst op de vacature ‘dienstfotograaf’. In een korte broek verscheen hij op gesprek maar directeur Keppler had daar geen probleem mee. Aangenomen! Hij raakte op zijn werk al snel bevriend met Arthur Rikkert, hoofd statistiek van de Woningdienst en verwoed amateurfotograaf. Misschien was Rikkert een beetje jaloers op Nico. Van je hobby je beroep maken, dat was hem immers niet gelukt. In de oorlog raakte Arthur Rikkert betrokken bij het verzet, hij maakte zelf ook foto’s die hij doorspeelde aan de geallieerden. Maar nog veiliger was het Nico in te schakelen: niemand keek er immers vreemd van op wanneer de dienstfotograaf zijn apparatuur opstelde.

 

 

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

Gratis week

tasmanstraat
Tasmanstraat

Woningbouwvereniging Het Westen (later opgefuseerd in De Key) bestond eind 1930 twintig jaar en De Miranda en Keppler gingen akkoord met de besteding van ƒ 4.450,- uit de reserve van deze vereniging aan een feest. Het meeste geld werd cadeau gedaan aan de huurders: ‘In de laatste week van het jaar worden alle huurders vrijgesteld van de betaling van huur over die week.’ Lees verder Gratis week

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

Het salaris van de corporatiebestuurder

Reliëf P.L. Takstraat

Weinig nieuws onder de zon: ook in de jaren dertig probeerden bestuurders van corporaties zichzelf buitensporig te belonen. Alleen staken rijksambtenaren daar een stokje voor. Dat kon toen nog. In het kort is dit het verhaal van de penningmeester van woningstichting De Dageraad, destijds een mini-corporatie met 550 woningen in beheer. Lees verder Het salaris van de corporatiebestuurder

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

‘Nog eens, Terpstra; hij is fijn, hoor!’

grammofoontribune
De Tribune, 11 mei 1929

Politieke partijen waren niet welkom in het clubgebouw van Asterdorp. De CPH zag dat als een anti-communistische streek van de sociaal-democraten. Dat verklaart het pesterige ‘toch’ in de kop van dit artikel: Louis de Visser was namelijk voorzitter van de Communistische Partij Holland.

Terpstra, van nummer 78, lag wel vaker dwars. Najaar 1929 schreef de opzichteresse in haar dagboek: ‘Man is bezig een nieuw konijnenhok te timmeren. Hij neemt ook deel aan het schilderen op muren en trottoirs met opschriften tegen de Woningdienst en Asterdorp.’ In februari 1932 mocht Terpstra weg, zijn nieuwe gemeentewoning stond in Tuindorp Buiksloot. Maar waarom waren de Terpstra’s eigenlijk in Asterdorp beland? Omdat zij het krot (Tweede Wittenburgerdwarsstraat 1a, huis) waar zij voordien woonden, niet op orde hadden. ‘Vuil en slordig. Krotwoning‘, noteerde de inspectrice van de Woningdienst bij een huisbezoek. ‘Stank van ansjoviskelders veroorzaakt veel vliegen. Lees verder ‘Nog eens, Terpstra; hij is fijn, hoor!’

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

Huize Voorstonde

Direct na de oorlog werd het onderbrengen van ‘onmaatschappelijken’ in verafgelegen werkkampen populair. Vooral de Dienst Sociale Zaken van Rotterdam maakte hier in ruime mate gebruik van. Amsterdam deed even niet mee en had eigenlijk niets in de aanbieding voor inwoners die afweken. Daar hadden de vele oorden die het land voor de oorlog al kende, echter wel een oplossing voor. Vanaf bos en hei prezen zij in brieven hun aanbod aan bij de Dienst Sociale Zaken van Amsterdam. Huize Voorstonde te Brummen bijvoorbeeld had plaats genoeg en ook paviljoen Het Hietveld te Beekbergen meldde trots heropend te zijn. Huize De Poll te Voorst kon met ingang van 1 augustus 1950 ‘weer voldoen aan aanvragen om opvang en wel voor:

  1. alleenstaande vereenzaamde mannen,
  2. licht debielen,
  3. drankzuchtigen,
  4. A-socialen, en lichamelijk zieken uit deze groepen.’

(Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris 5256-753)

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

Vrienden

Arie Keppler (links) en Pieter Bakker Schut tijdens een congres in 1925.
Arie Keppler (links) en Pieter Bakker Schut tijdens het Internationaal Stedebouwcongres in Amsterdam, juni 1924.

Ze hebben elkaar tijdens hun studie in Delft leren kennen en daarna nooit meer uit het oog verloren: Arie Keppler en Pieter Bakker Schut. De een ging aan de slag in Amsterdam, de ander in Den Haag. Keppler hoorde pas veel later dat Bakker Schut behalve zijn vriend ook korte tijd zijn concurrent was geweest. Toen Wibaut en Tellegen in 1915 probeerden Keppler te behouden voor Amsterdam, hadden ze ook een plan B ontwikkeld. Mocht Keppler boos zijn weglopen, dan zou Bakker Schut directeur zijn geworden van de Amsterdamse Woningdienst. Het werd plan A. Toen Wibaut ruim twintig jaar later aan zijn zwager vertelde dat Bakker Schut was benaderd als plaatsvervanger, haalde Keppler zijn schouders op. Geheel tegen zijn natuur in en vooral tekenend voor de desolate staat waarin Keppler toen verkeerde. Lees meer hierover in Asterdorp, hoofdstuk 9.

Pieter Bakker Schut onderhield contact met Keppler tot diens dood. Zelf was hij directeur Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting van Den Haag van 1918 tot kort na de oorlog. Hij vestigde een kleine dynastie: zijn zoon Frits volgde hem op en bleef tot 1966 de hoogste ambtenaar voor de volkshuisvesting in Den Haag. Pieter Bakker Schut overleed in 1952, 85 jaar oud.

 

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook