Overzicht

kaart
klik op de kaart voor een groter beeld

Een plattegrond uit 1930 met naoorlogse aantekeningen over de afwatering. Komt nu van pas omdat je hier goed de huisnummers kunt zien. Een kopie van die kaart heb ik gebruikt om in beeld te brengen wie waar woonde en wat daar gebeurde. Onderstaand gepriegel is dus een poging tot overzicht. De zoveelste uit een hele reeks waar ik u verder niet mee zal vermoeien.

kladkaart

‘Slordig en schijnbaar fatsoenlijk’

kooistra-voorblad

kooistra

Het gezin Kooistra woonde van januari 1930 tot juni 1931 op Asterdorp 32. Het complete gezinsrapport staat hierboven. Kleine leeswijzer: bij ‘Inlichtingen Instellingen’ staat de afkorting M.S. voor Maatschappelijke Steun, later Sociale Dienst geheten. Excuses voor het gekras met blauw en zwart, dat zijn aantekeningen van mij.

Verpoedeld

verpoedeld
klik op de brief voor een groter beeld

 

Dit briefje schreef Arie Keppler in de zomer van 1930 aan Floor Wibaut. ‘Men heeft ook wel eens wat warmte nodig,’ verzuchtte hij. Hij vreesde voor een mislukt jubileum, verpoedeld dus. Lees meer hierover in hoofdstuk 4, De eerste jaren: roem, ruzie en regels.

De Roode Frou Frou

Naast De Tribune kende De Communistische Partij Holland een netwerk van bedrijfskranten en straatkranten. De Dorpskrant van Asterdorp (zie pagina 103) was geen uitzondering, de CPH bracht in de jaren twintig meer dan honderd krantjes uit. Elke fabriek had een eigen krant, liefst met een olijke naam.

Het Blikkie, zo heette de bedrijfskrant voor arbeiders in de blikindustrie.

De Metaalslaaf, bedrijfkrant voor het personeel van machinefabriek Reinefeld in Delft.

De Roode Telegraaf, voor personeel van De Telegraaf.

De Zijde-Rups, Enka Kunstzijdefabriek te Ede.

De Roode Frou Frou, Koekfabriek Mijdrecht.

De eerste schetsen

1915 eerste plan

In december 1915 – de Woningdienst bestond net een paar maanden – zette Keppler voor het eerst zijn plannen voor ‘de huisvesting van ontoelaatbare gezinnen’ op papier. Midden op pagina 2 (die staat hieronder) maakte hij in de kantlijn, in potlood, een belangrijke bocht toen hij de getypte versie nog eens naliep. Arbeidersgezinnen moeten niet langer op grond van hun gedrag worden beoordeeld, maar op grond van een inschatting.

potlood‘Of er niet in kunnen worden toegelaten.’ Preventie dus. In de praktijk van Asterdorp werd deze preventie tussen 1926 en 1940 uitgevoerd door ambtenaren die bewoners van krotten en kelderwoningen thuis opzochten. Lees meer hierover in hoofdstuk 2, Op zoek naar de ontoelaatbaren.

 

 

 

 

‘Mister Amsterdam’

mijksenaar
Mr. P.J. Mijksenaar (rond 1960)

Zo werd hij door zijn Amerikaanse vrienden genoemd. Na de oorlog presenteerde mr. P.J. (Pieter) Mijksenaar (hoofd van de afdeling Pers, Propaganda en Vreemdelingenverkeer) Amsterdam wereldwijd als een moderne en aantrekkelijke stad. Hij was bescheiden en aimabel, sympathiek en populair. Geen vijand te bekennen. Bij zijn pensionering in 1966 pakte Amsterdam flink uit: met een Rolls Royce werd hij naar het RAI-Congrescentrum gereden waar 1500 mensen zijn afscheid bijwoonden. Guus Oster trad op, Opland had een speciale tekening voor hem gemaakt, Alexander Pola had een tekst geschreven, toutes Amsterdam zwaaide mister Amsterdam uit. Jaren later werd in het stadhuis een zaal naar hem genoemd. Lees verder ‘Mister Amsterdam’

Scheefwonen in het getto? Asterdorp

Brief 19 maart 1942
Brief 19 maart 1942

 

… of niet. En in dat geval zou de gemeente het jaarlijkse rijksvoorschot van 4.800 gulden mis kunnen lopen. Daarover maakte J. Flipse, directeur van de Gemeentelijke Woningdienst, zich zorgen. Bovenstaand fragment is afkomstig uit een brief die hij op 19 maart 1942 schreef aan zijn wethouder.  

Op 9 mei 1942 (onderste brief) was de oplossing voor dit dilemma gevonden: de huren werden flink verhoogd (plus 25%) waardoor de kans op scheefwonen verwaarloosbaar klein was geworden. De Duitsers (bij monde van Wörlein, de rechterhand van Aus der Fünten) maakte het niet uit. Als de Joodse gezinnen die zij aanwezen maar direct werden geconcentreerd in Asterdorp en korte tijd later in de veel grotere Transvaalbuurt. Lees meer hierover in Asterdorp, hoofdstuk 11.

Brief Flipse, 9 mei 1942
Brief Flipse, 9 mei 1942

Scheefwonen in het getto? Transvaalbuurt

Brief Flipse, 5 september 1942
Brief Flipse, 5 september 1942

Toen in opdracht van de Duitsers in de Transvaalbuurt Joodse gezinnen moesten worden geplaatst die misschien teveel verdienden, dreigde Amsterdam ook hier de subsidie van het Rijk te verspelen. Net als eerder voor Asterdorp, meldde Flipse zijn zorgen hierover aan de wethouder (bovenste brief).

Op 29 september 1942 (onderste brief) meldde hij dat de dreiging was afgewend: de huren in de Transvaalbuurt werden voor de meeste Joden verhoogd naar een marktconform niveau. Lees meer hierover in Asterdorp, hoofdstuk 11.

Brief Flipse, 29 september 1942
Brief Flipse, 29 september 1942

Het voorwerk

‘Asterdorp, een Amsterdamse geschiedenis van verheffing en vernedering’  berust niet alleen op archiefstukken en interviews. Ook heb ik gebruik gemaakt van voorstudies, waaronder de scriptie waarmee Antje Dijk haar studie Sociale Pedagogie afrondde.

Samen met haar schreef ik in 1983 al een klein boekje over Asterdorp dat zij weer uitwerkte in haar scriptie, aangevuld met de gesprekken die we in 1983 en 1984 hadden met ex-Asterdorpers.

boekje geel asterdorp