‘Volstrekt te weren’

article.image.104916
Affiche van de CPN uit 1933

Tijdens een bezoek van een hoge rijksambtenaar van Binnenlandse Zaken aan Amsterdam-Noord in het voorjaar van 1933 – het was verkiezingstijd – was hem opgevallen dat er ‘communistische reclamebiljetten’ waren opgehangen aan gemeentewoningen. Dit zinde de rijksambtenaar niet en hij sprak wethouder De Miranda hierop aan. Vergeefse moeite: de wethouder zag het probleem niet. Zijn minister wel. ‘Ik meen goed te doen,’ schreef deze een week later aan het Amsterdamse College van B en W, ‘door U op dezen ernstigen, het gezag ondermijnenden misstand te wijzen en een beroep te doen op Uw krachtige medewerking, om iedere Communistische openlijke reclame van woningen van gemeente of vereenigingen, die krachtens de Woningwet zijn toegelaten, van aanplakborden van gemeente of vereenigingen volstrekt te weren. Ik ben overtuigd van Uwe instemming met mijn gevoelen, dat dergelijke reclame niet toelaatbaar is overal daar, waar de overheid zeggenschap heeft en zeker daar, waar met overheidsgeld werken ten algemeenen nutte zijn tot stand gebracht. Ik houd mij aanbevolen voor mededeeling van maatregelen, die Uwerzijds worden getroffen.’

De mededeling van het College van B en W pakte anders uit: ‘Onderscheid tusschen de partijen naar gelang van haar politieke richting kan onzes inziens hierbij niet worden gemaakt. Het is niet gebleken,’ vervolgde burgemeester De Vlugt fijntjes in zijn antwoord, ‘dat de Regeering te dien aanzien een ander standpunt inneemt.’

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

Geef een reactie