Arthur Rikkert

rikkert1957
Arthur Rikkert in 1957

Na Arie Keppler is Arthur Rikkert de meest betekenisvolle ambtenaar die de Gemeentelijke Woningdienst, inclusief de naoorlogse opvolgers, heeft gekend. Bij de oprichting van de Woningdienst in 1915 hoorde hij bij het selecte clubje getrouwen dat Keppler meenam van de Dienst Bouw- en Woningtoezicht. Rikkert was 24 jaar oud en toen al onovertroffen als cijferaar/statisticus. Zijn berekeningen lagen ten grondslag aan de enorme vooroorlogse woningbouwproductie. In de oorlog trok hij direct fel van leer tegen zijn superieuren Flipse (directeur) en Van Marle (adjunct-directeur) die zich slapjes opstelden tegenover de bezetter. Hijzelf koos voor actief verzet, zowel binnen de Woningdienst als daarbuiten. Hij fotografeerde aanvankelijk op eigen houtje Duitse installaties en legde later contacten met het georganiseerd verzet. Ook bleef hij ontslagen joodse collega’s thuis opzoeken wat de bangelijke Flipse niet zinde. Bij een collectieve salarisverhoging in 1942 werd hij overgeslagen. In oktober 1943 liep hij tegen de lamp: hij werd door de Sichterheitspolizei aangehouden terwijl hij een wapen bij zich had en ook illegale blaadjes. Rikkert werd eerst vastgezet in kamp Vught, daarna voerde zijn tocht langs een groot aantal Duitse kampen en gevangenissen. Toen de Amerikanen in mei 1945 Duisburg bevrijdden, werd ook zijn celdeur geopend. Juli 1945 meldde hij zich weer bij de Woningdienst als chef Statistiek, vermagerd, zwijgzaam. Flipse zorgde er nu voor dat hij alsnog de gemiste salarisverhoging kreeg. Dat was allemaal de schuld geweest van NSB-er G. Prins die bij de Woningdienst werkte, schreef Flipse eind 1945. ‘Prins, die een persoonlijke veete had met den heer Rikkert heeft uiteraard de politieke gezindheid van den laatste tegen den Wethouder Guépin uitgespeeld.’ Maar nu kwam er alsnog een toelage van 500 gulden per jaar, met terugwerkende kracht uit te betalen. Rikkert zal geen dank-je-wel hebben gezegd; hij maakte vanaf 1945 geen woord vuil aan Flipse, Van Marle en hun opvolgers. Hij deed zijn statistische werk op zijn kamer en meed bijeenkomsten en kantine’s. Bij zijn collega’s stond hij te boek als een bejaarde kluizenaar die maar zat te cijferen. Rikkert de koe, zo noemde de jongste generatie Delftse ingenieurs hem.

In 1957 zou hij worden gehuldigd omdat hij vijftig jaar in dienst was bij de gemeente. Hij weigerde echter alle eerbetoon. Burgemeester Gijs van Hall is toen met de nodige versierselen, waaronder de ridderorde van Oranje Nassau, in zijn eentje naar de werkkamer van Rikkert gegaan om hem persoonlijk te feliciteren. Dit accepteerde Rikkert wel.

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

Geef een reactie