Boer Frieling

goudsbloemstraat117
Inpandig terrein gezien in de richting van de Tweede Goudsbloemdwarsstraat, vanaf het bouwterrein voor het nieuwe blok arbeiderswoningen van de Bouwonderneming Jordaan. Links Goudsbloemstraat 117. Foto uit 1895, bron: Stadsarchief Amsterdam

Boer Frieling was helemaal klaar met Drenthe. De armoe was ondraaglijk, hij kon zijn vrouw en zes kinderen niet meer voeden. Ergens rond 1926 had zijn zwager hem een advies gegeven: ga naar Amsterdam. Daar is werk, daar ligt een toekomst voor je kinderen. De Frielings belandden op de Goudsbloemstraat 117hs. Dat was van de regen in de drup want deze woning werd kort daarna onbewoonbaar verklaard. Een inspectrice van de Woningdienst bezocht het gezin en noteerde in haar schriftje: Armelijk, doch niet erg vuil. Bijna geen meubelen, kinderen beleefd en aardig. Woning bestaat uit 2 vertrekken met alkoof, alles even oud en ellendig. In het alkoof zijn het privaat en de gootsteen, alsook de bedsteden.’ Om een compleet beeld van het gezin te vormen won ze advies in bij een collega van de afdeling Maatschappelijke Steun (Sociale Dienst). ‘Man bijzonder ijverig,’ meldde deze, ‘vrouw ook; niettegenstaande het groote gezin, gaat de vrouw uit werken; boerengezin, kinderen beleefd, geen wangedrag.’ Toch kregen de Frielings het etiket ontoelaatbaar opgeplakt en werden verwezen naar Asterdorp. Waarom? Omdat het vreemdelingen waren? Wellicht een bonkig uiterlijk hadden? De andere kant op keken als ze binnensmonds antwoord gaven? Van december 1929 tot augustus 1930 woonden ze op Asterdorp 72. Toen werd het eindrapport opgemaakt en mochten ze verhuizen naar een normale gemeentewoning in de Dotterbloemstraat. ‘Opvoeding der kinderen goed; bemoeien zich weinig met buren. Bewoning heel knap, wel arm.‘ Lang heeft boer Frieling niet kunnen genieten van zijn nieuwe status: in 1934 is hij overleden, 47 jaar oud.

 

Email this to someoneTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Facebook

Geef een reactie